Atletische voorstopper
Onder hen 15 leden van het Kleurrijk Elftal, een gelegenheidsteam met spelers van Surinaamse afkomst die in Nederland voetballen. Tot de slachtoffers behoren de 25-jarige Rudy Degenaar en zijn vriendin Hedwig Wolthuis.
Degenaar was sinds 1985 de vaste voorstopper bij Heracles. Hij was een telg uit een echte voetbalfamilie. Vader Rudolf behoorde tot de generatie van Humphrey Mijnals en Erwin Sparendam, de eerste lichting Surinaamse voetballers die in Nederland furore zouden maken. Rudolf Degenaar kwam in 1958 naar Nederland om bij PEC te gaan spelen. Ook kwam hij uit voor Tubantia in Hengelo, destijds ook een betaalde club.
Rudy Degenaar begon als pupil bij Achilles ’12 in Hengelo. Als beloftevol talent bracht hij twee jaar door in het jeugdinternaat van Go Ahead. In 1983 lijfde Heracles hem in. In het kampioensjaar 1984/1985 stond hij enkele malen in de basis om vervolgens een vaste plek te veroveren. Als voetballer onderscheidde hij zich met zijn atletisch vermogen en spelinzicht. Buiten het veld viel hij op door zijn sociale betrokkenheid. Toen Heracles in de jaren 80 op het randje van de ondergang balanceerde, bleef Degenaar de club trouw, hoewel diverse clubs naar zijn diensten hengelden.
Rudy Degenaar en Hedwig Wolthuis werden samen begraven in Saasveld.