Hein Hilbrink, betrouwbare sluitpost tussen de zwart-witte palen, jaren 10, 20.
Net als veel spelers van Heracles in die tijd, is ook Hilbrink een kleine zelfstandige. Hij heeft een pettenzaak in de Grotestraat, ter hoogte van de Hofkampstraat. In advertenties voor zijn winkel in het Twentsch Zondagsblad, voorloper van het Dagblad van het Oosten, haakt hij nog wel eens in op de successen van Heracles. Hilbrink heeft sowieso een creatieve, literaire kant: hij mag ook graag liedteksten maken voor feestelijke gelegenheden, zoals jubilea, soirees en kampioenvieringen, waarop de liederen door alle aanwezigen uit volle borst werden meegezongen.
Na het landskampioenschap in 1927 acht de elftalcommissie de tijd rijp voor een jongere goalie, maar Hilbrinks opvolgers slagen er maar niet in om hun verkiezing waar te maken. Zo maakt ‘Onze Hein’ keer op keer zijn rentree, tot in 1931 Frits Dekkers zich een waardig opvolger toont.