Bestuurslid La Première, kickbokser en hartstochtelijk supporter Heracles.
Met haar stralend blauwe ogen, scherp getekende mond en geprononceerde jukbeenderen lijkt ze ontegenzeglijk op haar vader. ‘Dat hoor ik wel vaker’, lacht ze. Net als hij voetbalde zij ook bij La Première, en ook op het middenveld, op nummer 10. En net als haar vader is ze fanatiek, als ze ergens voor gaat, doet ze dat met volle overgave. Gabriëlle Krüzen, 31 jaar, dochter van Hendrie Krüzen, moeder van twee zoontjes van 7 en 11 – die natuurlijk ook bij La Première voetballen.
Onlangs is Gabriëlle met voetballen gestopt, na vijf seizoenen is het mooi geweest. Zij richt zich nu op andere sociale verplichtingen. ‘Ik werk bij bloemenwinkel Bonrosa, soms moet ik ook op zaterdag werken en daarnaast heeft mijn gezin ook aandacht nodig, de hele week ben ik in touw’. Toch is ze nog wel verbonden aan La Première. Ze brengt haar zoontjes naar de trainingen, staat langs de lijn en ze zit in het bestuur van de club. Ze behartigt de belangen van de jeugd, organiseert activiteiten, is aanspreekpunt voor ouders, biedt een luisterend oor als een kind ergens mee zit.
Voetbal zit de familie Krüzen in de genen. Haar broer Roberto speelt al jaren in het eerste van La Première. Af en toe speelt haar vader ook nog wel eens mee in het eerste. Al is daar de laatste twee jaar, toen hij bij Vitesse werkte, niet veel van gekomen. ‘Zelf ben ik in die twee jaar één keer wezen kijken bij Vitesse, toen ze tegen Heracles moesten’.
Gabriëlle’s vroege jeugd stond in het teken van haar vaders voetbalcarrière. In 1986 verruilde hij Heracles voor Den Bosch. Het gezin ging mee. Daarna volgden PSV, Kortrijk, Luik en Waregem. ‘Ik heb er nooit moeite mee gehad dat we geregeld verhuisden. Ik maakte zo weer nieuwe vriendjes, ik ben iemand die zich makkelijk aan kan passen. Alleen met dat Vlaams had ik in het begin wel even moeite, maar al snel sprak ik het als een echte Belg.’
In 1994 leek het gezin Krüzen definitief terug te keren naar Almelo, maar daarna volgde er nog een transfer naar AZ, en dus weer een verhuizing. Toen dat avontuur ook weer achter de rug was en haar vader ging afbouwen bij Go Ahead Eagles en AGOVV, was de thuiskomst in Almelo wel definitief.
Gabriëlle houdt enorm van voetbal. ‘Ik vind het heerlijk om naar de wedstrijden te gaan. Toen in Waregem was ik groot genoeg om alleen naar het stadion te gaan. We woonden er vlakbij. Als het maar even kon was ik daar.’
Met vrouwenvoetbal heeft ze niet echt veel. ‘Het was leuk om zelf te doen, maar eerlijk gezegd is het niet om aan te zien. Als ik zelf aan de kant zat, dan dacht ik wel eens, wat is dit slecht, al zaten er een paar dames bij die wel echt talent hadden. Het WK voetbal voor vrouwen was aan mij ook niet besteed.’
Nu haar vader als assistent-trainer terug is bij Heracles, is ze weer elke thuiswedstrijd present. ‘De sfeer, de entourage, heerlijk.’ Ze is nadrukkelijk aanwezig op de tribune. ‘Ik ben bloedfanatiek. Dat zit in me. Alles wat ik doe, doe ik met 100% inzet. Dus ik zing, schreeuw en doe… soms betrap ik mezelf er wel eens op hoe ik tekeer ga en denk ik, nou moet ik me maar even stilhouden, voordat de mensen om me heen gek van me worden.’
Voetballen doet ze dan niet meer, er is wel een andere sport voor in de plaats gekomen: kickboksen, bij Scorpio Gym in de Reggestraat, onder leiding van trainer Stephen Cooke. Zoals het in haar karakter besloten ligt, is deze hobby inmiddels uitgegroeid tot een ware passie.
‘Mijn nicht nam me een keer mee, ik had helemaal niks met kickboksen, maar meteen die eerste keer raakte ik al enthousiast. Ik ben er nu helemaal verslaafd aan geraakt. Mijn vriend en mijn zoontjes trainen er nu ook. We trainen als gezin elke week samen en daarnaast train ik zelf zes keer in de week. Het geeft een enorme boost, het is een heel intensieve sport, je bent met je hele lichaam bezig. In het begin had ik enorme spierpijn, niet normaal. Er zitten ook best veel dames bij, zo’n 25, allemaal even enthousiast, we kunnen het goed met elkaar vinden. Onze trainer is ook een heel gedreven vent, hij zit er flink achteraan en hij drilt je, maar dat vind ik juist goed’.
In de trainingen staan de vrouwen ook wel eens tegenover elkaar in de ring om te sparren. ‘Het komt maar zelden voor dat iemand een blessure oploopt, als je je dekking goed in de gaten houdt, kan er niks gebeuren. Het gaat er ook niet om dat je elkaar knock out slaat, je gaat niet voluit tegen elkaar. Je traint met elkaar en niet tegen elkaar. De kans op blessures is bij voetbal vele malen groter, daar zie je een trap niet aankomen, bij kickboksen wel, dus dan anticipeer je erop. Net als bij profvoetbal moet je altijd 100% gefocust zijn’.