Al 30 jaar supporter
Patrick Maathuis was een jaar of 13, 14 toen zijn vader hem in het seizoen 1984/1985 voor het eerst meenam naar Heracles. De jonge rolstoeler – hij was vanaf zijn geboorte invalide – had er al vele malen om gevraagd. Het was een gedenkwaardig seizoen. Ook bij Patrick staat zondagmiddag 2 juni 1985 in het geheugen gegrift. Hij was erbij in Roosendaal, waar 30 bussen met Almelose supporters naartoe waren gereisd om hun club kampioen te zien worden door een 3-0 overwinning op RBC. In Almelo barste een volksfeest los als nooit tevoren.
Al gauw was Patrick een vaste bezoeker aan de Bornsestraat. ‘Voor de rolstoelers waren er twee kleine pleintjes schuin voor de oude Engelse hoofdtribune. Schitterende plekken, alleen de grensrechter liep voor je langs.’ Hij zag René Kolmschot spelen, Hannes Lalopua, Jan van Staa, Tjalling Dilling, Rudy Degenaar, Folkert Velten, Ton Pattinama, noem maar op.
Toen Heracles in 1999 naar het Polman verhuisde kregen de rolstoelers plaatsen aan de lange zijde, halverwege de helft aan de kant van de singel. KNVB-regels en de uitbreiding met rijen stoeltjes onderaan de tribunes maakten daar in 2007 een einde aan. De rolstoelers belandden schuin achter de goal, achter een net. ‘Dat net is nog niet zo’n probleem, maar het is vooral vervelend dat er de hele wedstrijd door mensen voor je langs lopen. En tegen het einde van de wedstrijd gaan ze allemaal voor je staan, je ziet niks meer. En dan kun je roepen wat je wilt, dat helpt niet, soms worden ze zelfs boos.’
Patrick is dan ook blij met de vernieuwbouw van het stadion. ‘Ik heb begrepen dat we straks langs de lange zijde aan de kant van ON plek krijgen, ter hoogte van de omloop. Prachtig. Toen er nog sprake was van nieuwbouw heb ik het er ook wel over gehad met Nico-Jan Hoogma. Mooi dat ze rekening met ons houden, wij willen ook graag een goed zicht hebben op het veld.’
Dankzij een lift wordt ook de bereikbaarheid van het supporterscafé, dat eveneens ter hoogte van de omloop zit, een stuk beter. ‘In het oude supporterscafé kon je alleen komen via een trapje, dus moesten er altijd mensen helpen. Een heel gedoe, daarom kwam ik er niet veel. Ik wil graag zelf bepalen wanneer ik ergens naar binnen wil, liefst op eigen kracht, en niet afhankelijk zijn van anderen. Ik wil zo zelfstandig mogelijk kunnen zijn.’
Sinds anderhalf jaar gaat Patrick via de actie Samen Thuis Samen Uit van Heracles en Hart voor Heracles mee naar uitwedstrijden. In samenwerking met Trivium Meulenbeld is het vervoer geregeld. ‘Met Dennis Hemmer en Raymond Neef vormen we een vast clubje. Ieder neemt een begeleider mee. Maar we kunnen niet altijd met zijn drieën mee, het komt nogal eens voor dat een ontvangende club maar één rolstoelplek voor de bezoekers beschikbaar heeft. Maar ik moet zeggen, ze doen overal wel hun best en vaak valt er wat te regelen. Heracles zelf werkt ook mee door plaatsen te regelen, zoals bij de bekerfinale in 2012 en bij uitwedstrijden tegen Twente.’
Patrick werkt vier dagen in de week bij Soweco, op de assemblage van printplaten. Op vrijdag is hij vrij en als het even kan, gaat hij dan naar Heracles om de training te volgen. Op wedstrijddagen is hij doorgaans al anderhalf uur voor de aftrap in het stadion. Hij maakt links en rechts een praatje. Veel mensen bij de club kennen hem natuurlijk. ‘Toen ik in het ziekenhuis lag, zijn René Kolmschot en Peter Rekers op bezoek geweest. Dat waardeer ik enorm. Zij zijn gewone jongens zonder poeha, ze hadden als spelers nog clubliefde. Dat ligt nu anders, maar zo is het nu eenmaal.’
Ook bij het publiek bespeurt hij een verandering. ‘Misschien zijn de mensen wat verwend geraakt nu we al zo veel jaren in de eredivisie spelen. De sfeer zoals in de eerste jaren is er niet meer, jammer. Als het wat minder gaat in een wedstrijd, hoor je de supporters te weinig, terwijl het juist dan belangrijk is dat je achter je club gaat staan.’