Respect,
Wellevendheid,
Engagement.

Edwin Rustenberg

Mister Modo, het geheime wapen van Fritz Korbach

Mister Modo, het geheime wapen van Fritz Korbach

Ooit werd Edwin Rustenberg uitgeroepen tot Mister Modo, de best geklede jongeman van Paramaribo. Hij zag er even onberispelijk als opvallend uit in zijn kleurige, strakke pakken. Hij poseerde graag als playboy. Een zware zonnebril, een zwierige hoed, een gouden ketting en een snelle wagen. Hij leek wel op een soulkicker die zonet uit de studio van Tamla Motown was gekomen. Vrouwen waren gek op hem. En hij was gek op vrouwen. Aan sport deed hij ook. Hij voetbalde en liep hard. Bij de jeugd behoorde hij op de 800 meter al tot de snelsten. Later zou hij nog eens tweede worden op de Koninkrijksspelen, een soort mini-Olympiade van  Suriname, de Antillen en Nederland.

Ik was ze altijd te snel af

Voetballen leerde Edwin op het Bonifatius Internaat, bij Leo Victor, de club die door de paters was opgericht. Een van zijn klasgenoten was Desi Bouterse. ‘Het was een rustige jongen, het enige waarin hij opviel was basketbal, daar was hij heel goed in.’ Later ging hij spelen bij BVV, de Beekhuizense Voetbal Vereniging, waar hij jaar in jaar uit topscorer was. Zijn snelheid was zijn wapen. ‘Ze probeerden me op alle mogelijke manieren te pakken, maar ik was ze altijd te snel af. Dat riep wel eens irritaties op, waar vechtpartijen uit ontstonden.’ Ook zijn broers en neven waren goede voetballers. Toch had hij geen serieuze ambities in het voetbal, zijn hart lag meer bij de atletiek, vooral bij hardlopen. Die passie was al op jonge leeftijd bij hem ontloken. ‘Ik had op de lagere school een keer ruzie, toen ben ik hard weggerend naar huis, een heel eind, maar ik liep zo hard en in zo’n tempo, niemand kon me inhalen, een fantastisch gevoel, net of er een knop omging. Toen wist ik dat ik wilde hardlopen, het was vlak voor mijn elfde verjaardag.’

Surinamer met een Hollandse mond

Zijn vader, een niet onbemiddelde aannemer, stuurde hem naar Amerika om in Pittsburgh werktuigbouw te studeren. Ook daar genoot hij volop van het leven, maar hij was zich wel van de ernst van zijn missie bewust en voltooide zijn studie binnen de daarvoor gestelde tijd. Na zijn terugkomst drong zijn vader er bij hem op aan dat hij zijn geluk in Nederland ging beproeven. Er zaten hier al veel familieleden. Hij ging als instrumentmaker aan de slag in het scheikundig laboratorium van  de Universiteit Utrecht. Hij werd lid van de atletiekvereniging van de universiteit, waar ze hem Speedy noemden. Hij voetbalde er ook, bij Elinkwijk, JOS, RUC, waar hij Robbie Alflen leerde kennen en, meer dan 15 jaar, bij de toen Surinaamse club Faja Lobi (Vurige Liefde). Ondervond hij bij atletiek nooit iets van discriminatie, bij het voetbal des te meer. ‘Maar als ze iets riepen, dan reageerde ik meteen en schreeuwde wat terug. Ik kom dan wel uit Suriname, maar ik heb een Hollandes mond.’

Met Ford Mustang naar Albergen

De liefde bracht hem eind jaren 80 naar Twente. Hij ontmoette Yvonne, die in Utrecht rechten studeerde, toen zij een vakantiebaantje had bij de spuitbussenfabrikant waar hij werkte als lijnbaas. Ze kwam uit Albergen en toen ze haar studie af had, wilde ze graag terug naar Twente. ‘Ik zag dat helemaal niet zitten, vond het ook een enorm eind weg.’ In Albergen was hij een bezienswaardigheid met zijn Ford Mustang – ‘een echte pooierbak’-, zijn kostuums, grote hoeden en gouden sieraden. ‘Ach, ik provoceerde ook graag een beetje.’ Minder leuk was dat hij ook de aandacht van de regionale politie trok. Vanaf het allereerste weekend dat hij naar Albergen kwam, werd hij om de haverklap aangehouden. Het kersverse stel betrok een flatje in Almelo. Werk vond Edwin bij Stork in Hengelo.

Ik heb geen bier nodig om te lullen

Aan de Bornsestraat werd hij al snel een bekend gezicht. Hij kon het goed vinden met jongens als Ton Pattinama, Marco Waslander, Ronald Dams en Kenan Durmusoglu. Pattinama kende hij trouwens al uit zijn tijd in Utrecht. ‘Al die Surinamers in het voetbal kennen elkaar, dat is een klein wereldje.’ Ze tennisten samen en gingen na wedstrijden op stap om zich in het nachtleven van Hengelo te storten, destijds hét uitgaanscentrum van Twente. Een flinke innemer is Edwin trouwens nooit geweest. ‘Ik heb geen bier nodig om te lullen.’ Hij kwam geregeld in het spelershome en raakte steeds nauwer bij de club betrokken. Hij ging allerlei hand- en spandiensten verrichten in de elftalbegeleiding en assisteerde in de persruimte, om dingen klaar te zetten en te zorgen dat het er netjes uitzag. ‘Het stelde vergeleken met nu natuurlijk niks voor, het was een klein hok onder de tribune.’ Ook reed hij een tijdlang een paar keer per week  heel Twente door om jeugdspelers op te halen voor hun trainingen.

Fritz Korbach, Jan Smit

Ook aan veel mensen in de organisatie bewaart Edwin warme herinneringen, zoals aan Henk Kamp, Guus van Lenthe, Arend Steunenberg en Gerard Wermink. Met trainer Fritz Korbach kon hij het uitstekend vinden. ‘We speelden een keer een oefenwedstrijd in Den Ham tegen Dynamo Tblisi, waar Jan Boskamp toen trainer van was. Fritz zegt tegen me, “Eddy”, want zo noemde hij me, “kom hier maar zitten”,  dus ik ga naast hem op de bank zitten. Toen kwam Jan Smit langs. Die vroeg aan Korbach wat ik op de bank deed. “Hij is mijn geheime wapen”, zegt Korbach met een uitgestreken gezicht. “En als het je niet bevalt, dan trek je dat apepakje van je maar uit en dan mag jij ook naast mij komen zitten.” Korbach had overal schijt aan, die ging helemaal zijn eigen gang, een unieke figuur. Ik wil er wel bij zeggen dat ik voor Smit een enorme bewondering heb. Kom mij niet aan de voorzitter, hoe die zich met ziel en zaligheid geeft voor de club, daar heb ik veel respect voor.’

No world cup without worker’s rights

Hoewel hij inmiddels is gepensioneerd, komt Edwin nog vaak tijd tekort. Als voorzitter van de afdeling Twente Noord van de FNV en secretaris van FNV Wereldburgers, is hij maatschappelijk nog uiterst actief. Er gaat bijna geen week voorbij of hij heeft, vaak in het westen van het land, wel een bijeenkomst waar hij naartoe moet. Al in Utrecht was hij politiek actief, later in Almelo ook. Nu doet hij veel vakbondswerk. Hij licht mensen voor, maakt ze wegwijs in de regelgeving over ontslag, pensioenrecht, noem maar op. Uit zijn attachékoffer haalt hij een stapeltje kaarten. ‘No world cup without workers’s rights’ staat er aan de ene kant in grote zwarte letters op een rode achtergrond. Het betreft een actie tegen de wijze waarop arbeiders worden ingezet bij de bouw van de stadions voor het WK in Quatar. ‘Schandalig en respectloos, hoe die worden mishandeld. Hun paspoorten worden ingenomen, hun contracten verscheurd, ze leven in erbarmelijke omstandigheden, het is een grove schending van de rechten van arbeiders. En dat zo’n Blatter nu zegt dat dat geen zaak is van de FIFA, het is toch niet te geloven?!’

Collage Edwin

Andere verhalen

Everton Ramos da Silva

effectiviteit,
innemendheid,
scorend vermogen.

Lees meer

ENTHOUSIASME,
GEVOEL VOOR HUMOR,
TEAMSPIRIT.

Lees meer

Fanatiek,
Meelevend,
Positief.

Lees meer

De beuk erin
en bikkelen!

Lees meer

Sociaal,
actief,
in beweging.

Lees meer

Nuchter,
Fanatiek,
Realistisch.

Lees meer

Marnix-Smit

Techniek,
Intellect,
Discipline.

Lees meer

Marloes Oude-Steenhof

Passie,
Strijdlust,
Liefde.

Lees meer

Overzien,
doorzien,
vooruitzien.

Lees meer

Rob van Dael, hoofdsteward Heracles Almelo

Sociaal gevoel,
Inlevingsvermogen,
Zelfvertrouwen.

Lees meer

Michael de Jager

Traditie,
Creativiteit,
Moderniteit.

Lees meer

Vriendschap,
Gezelligheid,
Verbondenheid.

Lees meer