De allergrootste
Achter zijn naam prijken acht interlands, maar dat hadden er veel meer moeten zijn. Maar Van der Veen was ook een eigenzinnig mens, met een broertje dood aan autoriteiten, wat hem meer dan eens in aanvaring bracht met bestuurders.
Als zestienjarige maakt hij al zijn debuut, in 1936. Al gauw draait draait het hele spel bij Heracles om Van der Veen. Hij staat linksbinnen, maar zwerft over het hele veld, is altijd aanspeelbaar, stuurt tegenstanders met schijnbewegingen het bos in en bedient zijn medespelers met ragfijne passes.
Op zijn negentiende debuteert hij in Oranje, samen met Bertus de Harder van het Haagse VUC. Eerder hebben de twee al in het Zwaluwenelftal laten zien een gouden koppel op links te zijn. Ook buiten het veld kunnen ze het goed met elkaar vinden.
Van der Veen is ook een publieksspeler, een artiest. Voor de wedstrijd warmt hij het publiek op met verbazingwekkende trucs, zoals de ‘kontstop’. De beroemde penalty in twee instanties van Cruyff in 1982, laat Van der Veen al in 1951 zien.
Na de jubileumwedstrijd tegen Sheffield United in 1953 vraagt de Engelse manager hem mee te gaan naar Engeland. Het Italiaanse Pro Patria, dat op een tournee ook Almelo aandoet, biedt hem een contract aan. Maar Van der Veen blijft in Almelo.
Als hij in 1954 bij de Twentse Profs ‘betaald’ gaat spelen, wordt hem dat niet in dank afgenomen bij Heracles. Als hij in 1955 weer aanklopt, ontvangt hij een koel afwijzingsbriefje.
Frens van der Veen, genie, practical joker en non-conformist, overlijdt in 1975 aan een hartstilstand, slechts 56 jaar oud.