Van Pingelappie tot clubicoon
Frits staat net bij het eerste onder de lat als Ab zich in 1931 als veertienjarige als lid aanmeldt. Hij is een enorme pingeldoos, wat hem de bijnaam ‘Pingelappie’ oplevert. Maar talent heeft hij onmiskenbaar, zo ziet ook trainer Bell die hem al snel bij de selectie van de eerste twee elftallen haalt. Hij moet alleen dat pingelen afleren.
In het seizoen 1938/1939 maakt Ab zijn debuut in het eerste, als midvoor. Maar al gauw wordt hij door Bell naar de achterhoede geschoven, eerst als rechtsback, later, als opvolger van Henk Koldewijn, als linksback.
Jarenlang is hij aanvoerder. Scoren doet hij ook nog geregeld, want hij is bij Heracles de man van de penalty’s. Onberispelijk jaagt hij de bal in de touwen. ‘Trapvastheid’ is een van zijn kwaliteiten, naast snelheid, inzicht en hardheid – als het moet weet Ab van stevig ingrijpen. Vele malen komt hij uit voor het Oostelijk Elftal en hij schopt het zelfs tot B-international.
Zeventien jaar na zijn debuut speelt Ab Dekkers in 1956 zijn laatste wedstrijd. Eigenlijk had hij al eerder afscheid genomen, maar doordat Heracles sportief nogal aan het kwakkelen is in de eerste helft van de jaren 50, is er geregeld weer een beroep op hem gedaan.
Van betaald voetbal, dat in 1954 zijn intrede doet, moet Ab niks hebben. Hij koestert er een diepe, principiële afkeer van. Intern is Heracles – zoals meer clubs destijds – verdeeld in twee kampen, pro- en anti-betaald voetbal. De koppige Ab keurt sommigen uit het pro-kamp zelfs geen woord meer waardig. ‘Ik proat niet met oe.
Al tijdens zijn spelersloopbaan is hij, net als broer Frits, ook buiten het veld nauw betrokken bij Heracles. Ab is vooral actief in het jeugdwerk en zal vele jaren jeugdtrainer zijn. Tot op zijn 72e staat hij op het veld bij AVC Heracles om de pupillen de fijne kneepjes bij te brengen. In oktober 2009 overlijdt de laatste nog levende speler van het kampioenselftal van 1941 op 91-jarige leeftijd.