Alleskunner
Begiftigd met een fabelachtige techniek en een scherp tactisch inzicht, groeit hij al snel uit tot spelbepaler. Zijn positie is links op het midden, hangend achter de voorhoede. Samen met Jan van Staa zet hij de lijnen uit in het team dat in 1985 kampioen wordt van de eerste divisie.
Als Heracles een jaar later al weer degradeert, is Krüzen de Almelose ploeg ontgroeid. Bovendien kan Heracles de centen goed gebruiken. Voor 180.000 gulden verkast hij naar eredivisieclub Den Bosch. Hij speelt zich in het Nederlands Elftal en zit bij de selectie op het legendarische EK in 1988, al komt hij niet tot speelminuten. In totaal komt hij vijf keer voor Oranje uit.
Van Den Bosch gaat het naar PSV, wat op een teleurstelling uitloopt, en na even weer bij Den Bosch naar België, waar hij in vijf jaar uitkomt voor Kortrijk, Club Luik en Waregem, waarmee hij Europees voetbal haalt. In 1994 keert ‘de verloren zoon’ terug terug bij Heracles. Meteen is hij weer de leider die de ploeg aan de hand neemt en naar de top van de eerste divisie leidt. Na anderhalf seizoen levert hij het armlastige Heracles andermaal een flinke som met een transfer naar het ambitieuze AZ.
Na zijn actieve voetballoopbaan treedt Krüzen als jeugdtrainer en assistent in dienst bij Heracles. Ook speelt hij met zijn zoon nog geregeld in het eerste van La Première, de volksclub waar hij ooit begon – Krüzen is en blijft een Almeloër, verknocht aan zijn familie, vrienden en omgeving.